Toen er beelden opdoken van een explosie in Iran, leken ze op het eerste gezicht overtuigend. Na een tip ontstond er twijfel bij het ANP, en terecht: de foto’s bleken deels met kunstmatige intelligentie (AI) gemaakt. Voor beeldredacties is dat een groeiend probleem. Hoe onderscheid je echt van nep, en wat gebeurt er als dat niet meer lukt?
Foto-expert Alexander Schippers en fotograaf Rob Engelaar leggen uit hoe zij nepbeelden herkennen en welke risico’s die met zich meebrengen.

Voor Alexander Schippers is dit dagelijks werk. Als forensisch foto-expert bij het ANP is hij onderdeel van een team dat de binnenlandse nieuwsfoto’s controleert: zo’n 1500 per dag. Buitenlandse beelden zijn er veel meer, ongeveer 70.000 per dag, en die kunnen niet allemaal worden geverifieerd. ‘We vertrouwen op de afspraken met fotografen en persbureaus’, zegt hij. ‘Maar dat vertrouwen is niet waterdicht.’
Juist bij die buitenlandse beelden komt Schippers in beeld zodra er twijfel ontstaat. Dan begint zijn onderzoek. Eerst kijkt hij naar de metadata van het originele bestand. ‘Als die ontbreekt, is dat direct een rode vlag’, vertelt hij. Vervolgens zoomt hij ver in op de foto, op zoek naar kleine afwijkingen: vervormde gezichten, onnatuurlijke schaduwen of objecten die in elkaar overlopen. Bij onderstaand beeld dat voorbijkwam van een Iraanse leider zag hij het meteen: ‘De lijnen klopten niet en soms kwamen er neuzen en monden door mondkapjes heen.’

Waarom AI een groeiend probleem is
Dit soort beeldbewerkingen blijven niet zonder gevolgen. Want waar nieuwsfoto’s eerder vooral dienden als bewijs, kunnen ze nu ook een werkelijkheid creëren die er nooit was. Zeker in politieke context kan dat grote gevolgen hebben. ‘Een foto kan als propaganda worden gebruikt’, zegt Rob Engelaar, freelancefotograaf bij meerdere redacties, waaronder het ANP. ‘Als een leider zich laat zien met lachende mensen, terwijl dat beeld niet echt is, beïnvloedt dat hoe de wereld naar hem kijkt.’
Hij wijst erop dat de impact verder gaat dan alleen misleidende beelden. ‘Het probleem is niet alleen dat er nepbeelden rondgaan, maar ook dat echte foto’s vaker in twijfel worden getrokken’, zegt hij. In een tijd waarin men al snel roept dat iets ‘fake news’ is, lijkt het soms alsof je eerder moet bewijzen dat iets géén AI is, in plaats van andersom.’
Waar ligt de grens?
Dat AI een risico vormt voor de journalistiek, betekent niet dat de technologie per definitie taboe is. In de praktijk gebruiken fotografen AI in bewerkingsprogramma’s, om bijvoorbeeld ruis te verminderen of om nauwkeuriger delen van een foto te selecteren. De discussie gaat vooral over verantwoordelijkheid: wanneer verandert een bewerking in manipulatie?
Volgens Engelaar ligt de grens bij de inhoud van het beeld. Technische verbeteringen zijn toegestaan, zolang ze de werkelijkheid intact laten. ‘Een stofje dat op je lens zat kun je gerust weghalen,’ vindt hij. ‘Maar als je een vogel uit de lucht haalt omdat die stoort in je compositie, dan ben je absoluut een grens over.’ Volgens hem is dat een kwestie van beroepsethiek.
Engelaar benadrukt dat redacties een cruciale rol spelen bij het beoordelen van beelden. ‘Foto’s van onbekende bronnen, zoals ingezonden ooggetuigenbeelden, verdienen extra controle om misbruik te voorkomen’, zegt hij. Binnenlandse foto’s zijn vaak beter te verifiëren, omdat ze via vertrouwde kanalen binnenkomen, maar dat betekent niet dat ze automatisch foutloos zijn; ook hier blijft controle noodzakelijk. Buitenlandse beelden vragen daarom extra aandacht, vooral wanneer er twijfel bestaat over de echtheid.

Bovenstaand beeld (links) laat zien wanneer AI-ruisreductie te ver wordt doorgevoerd. Het beeld wordt als het ware gladgestreken, waardoor fijne details verloren gaan. Zo verdwijnen bijvoorbeeld kreuken in een jasje, terwijl die juist onderdeel zijn van de werkelijkheid die is vastgelegd.
De toekomst van het beeld
Hoe de toekomst eruitziet, durven beide experts niet precies te zeggen. AI zal in ieder geval een rol blijven spelen, zowel als hulpmiddel, maar ook als risico. Schippers ziet de grootste uitdaging in het tempo waarin de technologie zich ontwikkelt. Wat nu nog met veel aandacht te herkennen is, wordt steeds overtuigender. ‘Met het blote oog wordt het steeds moeilijker te zien’, zegt hij. ‘Dat vind ik heel spannend.’
Er wordt daarom gezocht naar technische oplossingen. Zo experimenteren camerafabrikanten met manieren om beelden te voorzien van een soort echtheidskenmerk, waarmee kan worden aangetoond dat een foto daadwerkelijk met een camera is gemaakt. ‘Ik hoop dat dat op een gegeven moment waterdicht wordt’, zegt Schippers.
Toch is technologie volgens Engelaar niet de enige oplossing. AI verandert niet alleen hoe beelden worden gemaakt, maar ook hoe mensen ze beoordelen. ‘Je kunt alles blijven verbeteren, maar uiteindelijk moet je als kijker ook scherp blijven’, zegt hij. Dat betekent niet dat het publiek nu de controle overneemt; de redactie blijft de poortwachter die bepaalt wat betrouwbaar is. Kritisch kijken helpt het publiek vooral om bewuster te consumeren en beelden beter te duiden. Juist nu alles steeds realistischer kan lijken, is dat vermogen om kritisch te beoordelen belangrijker dan ooit.



